Deelnemers aan het woord over het project

Voor het Slotakkoord zijn zes deelnemers aan De Maatwerkplaats geïnterviewd. Hun boodschap: Nederlands spreken is heel belangrijk. Nederlands leer je vooral op de werkvloer. En ook: het is belangrijk dat we de deur uit gaan. De coaches zijn ‘lief’. De praktijkbegeleiders zijn geduldig en hebben ons veel geleerd. Nederlanders zijn aardig. Nederland is mooi.

Een paar citaten van de deelnemers
(meer staan in het eindmagazine van De Maatwerkplaats)

Raja Al Kotaini: “We hebben veel steun van de coaches gehad. Ze waren heel belangrijk. Ze hebben geholpen met de papieren en al die brieven. Ze bellen ons om te vragen hoe het gaat. Heel lief. Talat, de taalleraar, is heel aardig, daar heb ik veel van geleerd. Mijn man en ik missen de lessen. We zijn ook heel trots op onze certificaten.”

Hamza Khalalyi heeft het naar z’n zin bij Rijnmond-Bouw: “Ik heb leuke collega’s. En ik heb van alles geleerd over de Nederlandse cultuur. Jullie hebben vaste tijden voor alles. Iedereen gaat hier op tijd naar z’n werk, niemand komt te laat. Er zijn vaste pauzemomenten. Vaste regels voor alles, dat vind ik heel goed.” Hij vervolgt: “De Maatwerkplaats was echt een kans voor mij. Ik heb veel geleerd. Ik vond het leuk. Ik heb ook veel mensen uit mijn omgeving verteld over het project. Hierdoor zijn sommige mensen ook naar De Maatwerkplaats gegaan. Als De Maatwerkplaats nog een keer komt, wil ik weer. Dan ga ik nog meer leren. Ook al ben ik oud.”

Maryam Al Dakhil: “Ik heb tien weken taallessen gevolgd, maar eigenlijk meer Nederlands geleerd tijdens mijn stage Zorg & Horeca. Door corona viel de stage wel wat in het water; ik had graag op verschillende plekken stage willen lopen; een hotel, restaurant, ziekenhuis. In plaats daarvan hebben de deelnemers aan de vakroute voor elkaar gekookt. Ik ben ook met werkleermeester Mike mee naar de groothandel geweest en zo geleerd wat ik waar kan kopen. Door corona kon hij maar twee of drie personen per keer meenemen. Ik heb ook van Mike veel geleerd over gezond eten, daar ben ik blij mee.”

Ook Haimanot Kahsay Weldeslasie (op de foto met haar vijf maanden oude baby) volgde de vakroute Horeca: “Ik had liever Nederlands leren koken en de Nederlandse benamingen van de kruiden geleerd. Dat gaat helpen om aan het werk te komen. Nederlands eten is heel anders dan wat ik gewend ben om te koken; in Eritrea eten we veel pittiger en vaak pannenkoeken.”

Meer inspirerende verhalen

Basima Alafandi: “In de vakroute Horeca kan ik mijn creativiteit kwijt.”

De Syrische Basima Alafandi (50) kwam zes jaar geleden met haar gezin naar Nederland vanwege...

lees meer

Ff voorstellen: coach Rawaa Ieshi 

“Ik kan mensen geen werk aanbieden, maar ik vind het echt een goede stap dat...

lees meer