De boodschap van projectleider Corina Molenaar: ‘Blijf de mens zien’

In 2013 kreeg Corina ‘statushouders’ in haar pakket als beleidsadviseur in Woerden. Op dat moment waren gemeenten nog verantwoordelijk voor de inkoop en het aanbieden van taalonderwijs. Maar er waren weinig vluchtelingen. Gemeenten kregen de klassen niet vol en dat maakte de lessen erg duur per statushouder. Daarom ging in 2014 het nieuwe stelsel in: statushouders moesten zelf een taalschool kiezen en inkopen. “Ik zag dat de taal leren en een leven opbouwen in een nieuw land niet altijd op goede voet staat met de uitvoering van de Participatiewet. Regelmatig moest ik een casusoverleg organiseren om misverstanden en schrijnende situaties te bespreken. Daarbij viel het mij op dat in de begeleiding van mensen altijd het geld, de wet en het systeem centraal staan. En niet die mensen.”

Mensen zijn geen objecten

“In ons Nederlandse systeem spreken we bijvoorbeeld over cliënten. Over een caseload. Over een routeplan. Alsof mensen objecten zijn die je van A naar B schuift. Maar mensen zijn geen voorwerpen. Als je mensen weer ziet als mens, dan heb je volgens mij al een eerste goede stap gezet. De huidige wetgeving helpt daarbij niet altijd. De Participatiewet bijvoorbeeld dwingt gemeenten om inwoners te zien als mógelijke fraudeurs; dat mensbeeld veroorzaakt nu veel ellende en op de langere termijn tot hogere kosten. Om mensen goed te begeleiden moet je ze leren kennen. Daarvoor is tijd nodig. En tijd is geld. Alles draait om geld, ook in het sociaal domein en juist daar gaan de kosten voor de baat.”

Statushouders centraal

Corina werkte als beleidsmedewerker in Maassluis toen het rapport ‘Valse start’ van de Nationale Ombudsman verschijnt. “Alles wat daarin stond, herkende ik. Dus toen ik in 2019 betrokken raakte bij de subsidieaanvraag voor De Maatwerkplaats was ik erg enthousiast. Ik had de Veranderopgave inburgering in mijn pakket en in De Maatwerkplaats zag ik een kans om juist wél de statushouder centraal te stellen als voorbereiding op deze nieuwe wet. Later hoorde ik dat de subsidieaanvraag was toegekend; ik werkte toen niet meer voor Maassluis. De functie van projectleider was vacant en daarop heb ik gesolliciteerd. Ik vond het mooi om niet alleen een visie op begeleiding neer te leggen, maar ook alle partijen die hierbij samenwerken te verbinden om die visie in de praktijk vorm te geven.”

Heel ander verhaal

Corina had al ervaring in zo’n rol: “Maar een Europees project leiden is toch weer bijzonder. Het is zo ontzettend veel door elkaar heen. Je hebt de Europese regelgeving, die tussentijds ook nog kan wijzigen. Je hebt de uitvoering waar negen verschillende partijen bij betrokken zijn. Je moet met elkaar werkprocessen vormgeven en opbouwen. Alle staffuncties regelen, van ICT en communicatie tot aan juridische zaken en financiën. Je moet zorgen dat mensen snappen wat ze moeten doen voor het project, zodat de doelen van de subsidieaanvraag behaald worden. Die doelen waren, kort samengevat: ‘bevorder voor 200 statushouders de integratie en participatie in Nederland’. Het is ontzettend hard werken om dat alles op de rails te houden.”

Alweer anders?!

De Maatwerkplaats is een pilot. “Dan moet je mensen meekrijgen om dat experiment met elkaar goed uit te voeren. Je vraagt veel van hun flexibiliteit, want als in de praktijk blijkt dat iets niet werkt, ga je dat veranderen. De opmerking ‘alweer anders?’ heb ik meer dan eens gehoord. Ook knelpunten in het behalen van resultaten waren regelmatig onderwerp van gesprek. En soms moeten mensen dan een extra zetje in de rug krijgen om die knelpunten te kunnen oplossen, of zaken anders aan te pakken. Dat betekent ook weer veel overleg. Heel veel overleg: binnen de stuurgroep, over beleid, over de uitvoering, casusoverleg, werkoverleg. En vergis je niet, dat is hard werken, in het belang van het realiseren van de visie van De Maatwerkplaats. Gelukkig kregen de deelnemers daar niets van mee; zij bleven in de uitvoering centraal staan.”

Heel fijne collega’s

De coaches speelden de centrale rol in die uitvoering. “Uit mijn gesprekken met hen haalde ik veel energie. Heel fijne collega’s, zelf starters op de arbeidsmarkt, die ik heb kunnen begeleiden in hun eigen persoonlijke ontwikkeling en heb leren kennen als loyale, plichtsgetrouwe en goede professionals. Hun verhalen over de deelnemers motiveerden mij. Veel deelnemers waren blij met hun traject. Voor veel statushouders hebben we een verschil kunnen maken. Maar zij durfden ook kritiek te geven en dan gingen wij daarmee aan de slag. Ze werden gehoord.”

Eerst tot rust komen

Met de nieuwe inburgeringswet krijgen gemeenten iets meer geld, zodat ze elke statushouder drie jaar begeleiding kunnen bieden. “Dat is beter dan het was, maar veel mensen hebben zomaar drie jaar nodig om tot rust te komen. Want er is veel stress en onrust. Ten eerste natuurlijk de reis naar Nederland. De nachtmerries over wat ze hebben meegemaakt, eerst thuis en later onderweg. De onzekerheid over hun verblijfsvergunning. Of dat hun familie mag overkomen. Wanneer ze ergens kunnen wonen. Het hele inburgeringstraject. Pas als de mensen tot rust gekomen zijn, zie je dat ze zich beginnen te ontwikkelen. Forceren helpt niet, is mijn ervaring.”

Meer inspirerende verhalen

Op bezoek bij de Beroepentuin

Op 28 juli zijn Rawaa, coach van Maassluis, en Alessa, coach van Vlaardingen, samen met...

lees meer

Oefenen met de nieuwe wet Inburgering

Stroomopwaarts MVS (SOW) is alvast gaan werken in de geest van de nieuwe wet Inburgering...

lees meer